© U L T R A M A R I N
nl kruisen   1. zeilen tegen de wind; het schip door middel van de zeilen afwisselend over stuurboord en bakboord in zigzaglijnen tegen de wind in bewegen (laveren); een traject tussen het wenden noemt men gang. 2. de koers van een ander schip kruisen. 3. een reis met een boot of een passagierschip maken, waarbij verschillende tussenhavens worden aangedaan (tegendeel van de lijnvaart);  
de kreuzen 1. unter Ausnutzung des Gegenwinds segeln; das Schiff mittels der Segel abwechselnd über Steuerbordbug und Backbordbug in Zickzacklinien gegen den Wind bewegen (lavieren); eine Teilstrecke zwischen der Wendung bezeichnet man als Gang;
2. den Kurs eines anderen Schiffs kreuzen.
3. eine Reise mit einem Boot oder einem Passagierschiff, bei der verschiedenen Zwischenhäfen angelaufen werden (Gegenteil von Linienschiffahrt);
en to cruise to sail 'against the wind', i.e. to make use of the optimal wind force by constantly alternating the course.
2. to cross the course line of another ship;
3. to make a voyage with a boat or passenger ship during which a number of intermediate ports are called at;
fr croiser  
es cruzar      
it incrociare      
dk krydse      
se kryssa